Home » Wielrennen in tijden van corona

Wielrennen in tijden van corona

Loading...

De gehele wereld heeft afgelopen maanden bijna stilgestaan door het COVID-19 virus. Veel bedrijfstakken lijden onder de lockdowns en de topsport, met wielrennen in het bijzonder, ontkomt hier ook niet aan. Nu er licht aan het einde van de tunnel gloort, worden er weer plannen ontvouwen voor het opstarten van het seizoen, de rensters kunnen weer re-integreren en aan het werk. Is dit nu een verstandige beslissing of wordt er overhaast te werk gegaan?

Terugkijkend kunnen we concluderen deze we pandemie veel te lichtvaardig hebben opgevat. De herinnering is nog vers dat er tijdens het trainingskamp in Spanje bij kuchjes werd gegrapt over “wedstrijd na de andere wedstrijd werd afgelast bleef de organisatie van Parijs-Nice volharden en werd, op een dag na, de wedstrijd volledig uitgereden. Met de kennis van nu is dat ondenkbaar, maar inmiddels zijn we wijzer en hebben we de tijd gekregen om na te denken over betere oplossingen.

De wereldbond UCI heeft een hernieuwde seizoensplanning voor het gepresenteerd, waarbij de eerste wedstrijd, “Strade Bianche” op 1 augustus gaat plaats vinden in Italië. Met deze herstart van het seizoen in het vooruitzicht, bekijken wij de voornaamste uitdagingen die dit met zich meebrengt.

Bedrijfsleven

Momenteel wordt in Nederland stapsgewijs het bedrijfsleven weer opgestart. Kantoren moeten “Corona-proof” werkplekken hebben, werknemers moeten anderhalve meter afstand houden en het thuiswerken wordt gepromoot. Plekken waar mensen dicht bij elkaar verblijven, zoals sportscholen, horeca en sauna’s, blijven tot en met 31 augustus dicht. Evenementen waarbij grote groepen mensen samen komen worden tot september verboden en als er daarna sportwedstrijden zijn, zal dat nog lange tijd zonder publiek zijn. Individuele, non-contact sporters, mogen momenteel weer trainen in kleine groepjes, maar wel met anderhalve meter afstand. Het re-integreren is volledig gericht op afstand houden, waardoor mensen elkaar minder of niet besmetten en het virus geen kans krijgt de wereld weer in een wurggreep te nemen. De anderhalve meter samenleving krijgt vorm, waarschijnlijk tijdelijk, wellicht permanent.

Sportsector wielrennen

Het opstarten van de sportsector in het algemeen en het wielrennen specifiek, kent meer complicerende factoren. Het creëren van de veilige afstand is bij wedstrijd wielrennen niet denkbaar. Pelotons van ruim 160 rensters denderen over de wegen, dicht op elkaar gepakt, waarbij de sporters zich heftig inspannen. Dit is niet de “Corona-proof” werkplek waarbij veilige afstand wordt gehouden.

Hier stellen de sporters zich niet alleen bloot aan besmetting, maar ook al dan niet vrijwillig aanwezige publiek wordt blootgesteld aan een enorme potentiele besmettingswolk. Dit staat haaks op de veilige (werk)omgeving die we voorstaan in onze anderhalve meter samenleving.

Minder bekend is dat rensters een tweede baan hebben om te kunnen voorzien in hun levensonderhoud, aangezien zij niet een volledig salaris krijgen vanuit het wielrennen. Dit betreft ongeveer 80% van het damespeloton. Deze rensters werken vaak in verzorgende en medische beroepen, zoals (ouderen) zorg en fysiotherapie. Zij kunnen veelvuldig in aanraking komen met besmette patiënten. Ondanks alle beschermende middelen zorgt dit voor een verhoogd risico. De vraag dringt zich op in hoeverre het verstandig is om dicht bij deze heldinnen in de buurt te rijden.

Het laten starten van een groot peloton is – naast alle andere bijkomende problemen – misschien wel de grootste uitdaging. Om dit in goede banen te leiden zal er creatief moeten worden gedacht. Te denken valt aan kleinere pelotons met minder ploegen en minder rensters per ploeg. Maar ook het inperken van het aantal begeleiders en het aanpassen van routes kan hierbij helpen, waarbij vooral de afsluitbaarheid van het parcours van belang is.

Aangezien anderhalve meter afstand houden binnen een peloton geen optie is, kan er daarnaast gedacht worden aan het verder terugdringen van gezondheidsrisico’s door het bijhouden van temperatuur schema’s door de rensters zelf, het meten van de temperatuur voorafgaand aan de koers en, zodra voldoende en betrouwbaar materiaal beschikbaar is, het uitvoeren van medische testen. Ook kan bij internationale wedstrijden het invoeren van een quarantaineperiode bijdragen aan het terugbrengen van het besmettingsrisico. Wel heeft dit forse impact op het leven van de renster zowel op financieel als op sociaal vlak.

Inez Beijer tijdens de Omloop het Nieuwsblad, onze laatste koers voor de coronacrisis. © Cees van ‘t Geloof

Geld

Het wedstrijdprogramma zoals nu door de UCI is samengesteld, lijkt vooral financiële drijfveren te hebben. Tot op heden zijn er geen signalen die er op wijzen dat er verder is nagedacht over de problematiek die deze COVID-19 periode met zich meebrengt. Tot op heden heeft de UCI bijvoorbeeld niets gecommuniceerd omtrent de praktische en logistieke invulling van het gepubliceerd wedstrijdprogramma. De bond(en) zitten dringend verlegen om wedstrijden, aangezien die voor inkomsten zorgen. Ook de teams zitten te wachten op wedstrijden, omdat dit ook weer voor sponsor exposure zorgt, waardoor er grotere kans op continuïteit is. Er kunnen vraagtekens worden gezet bij de vraag of rensters hun beroep weer op een verantwoorde en veilige manier kunnen uitoefenen.

Het lijkt erop dat hier naar een goede oplossing moet worden gezocht. Het najaar biedt vooralsnog een enorm aanbod aan koersen. De vraag is momenteel wel wie daarvoor een uitnodiging krijgt en wie niet, want dit gebeurt in een regulier seizoen op basis van de UCI ranglijst. De keuze tussen financiële en sportieve belangen zijn daardoor lastig af te wegen.

Reizen

Naast het daadwerkelijk sporten kent deze bedrijfstak andere complicerende factoren dan het reguliere bedrijfsleven. Wielerwedstrijden worden georganiseerd over de gehele wereld en reizen behoort tot het leven van de sporter. Met het oog op het door het UCI opgestelde programma rijzen er toch een aantal vragen en uitdagingen.

In hoeverre is het mogelijk om naar de wedstrijdlocaties te vliegen, aangezien niet alle landen uit een lockdown zijn of dat er een verplichte quarantaine periode is. Daarnaast zal het daadwerkelijke vervoer door de lucht in de toekomst ook andere vormen krijgen. Vliegtuigen zullen minder gevuld zijn, waardoor de prijzen zullen stijgen. Vliegtuigen zullen ook eerder vol zijn, zodat vervoer soms niet mogelijk is, of tegen nog hogere prijzen.

Het verblijf in een hotel zal ook een punt ter discussie zijn. Rensters zaten altijd samen met meerdere, zo niet alle teams, in een aangewezen hotel, wat dan zeer druk en alles behalve Corona-proof was. Het verdelen van de rensters over meerdere hotels zou een oplossing kunnen zijn, maar dit is voor de organisatie een kostenverhogende factor.

Door het beperken van reisbewegingen door teams bestaat de kans dat het deelnemersveld bij internationale koersen er dit seizoen – en wellicht voor langere tijd – er anders uit gaat zien. Waar de organisaties van de grote World Tour koersen nu de kleinere ploegen uit eigen land nog wel eens niet uitnodigen, ontstaat er een situatie dat deze teams wel een uitnodiging krijgen. Dit komt door het omdat de “grote” teams, al dan niet gedwongen, wegblijven.

Fysiek

De re-integratie van de “werkloze wielrenster” in het wielerpeloton kent zowel een fysieke als mentale kant. In een normaal seizoen is een wielrenster enkele maanden in voorbereiding met meerdere trainingskampen voorafgaand aan de eerste wedstrijd. Met het ingaan van de huidige wedstrijdkalender, over precies tweeëneenhalve maand begint, hebben de wielrensters weinig effectieve voorbereidingstijd. In Nederland kunnen we nog individueel buiten trainen, maar dit is zeker niet het geval geweest in andere landen. In bijvoorbeeld Italië, Spanje en Frankrijk moesten rensters binnen op de rollers trainen. Natuurlijk zit hier een mate van ongelijkheid in, maar die ongelijkheid is er altijd. In het vrouwenwielrennen waar rensters met een fulltime baan het opnemen tegen fulltime wielerprofs is gelijkheid een zeer relatief begrip.

Wielrensters, en hun trainers, staan voor een grote uitdaging bij de herstart van het seizoen. Naast de fysieke kant, “hoe bereid een renster zich voor op deze periode zonder wedstrijd ritme”, kent deze herstart ook een mentale kant. Voor de rensters uit de top15 teams is er onzekerheid welke races definitief doorgaan en voor de overige rensters de onzekerheid van het überhaupt hebben van een wedstrijd programma. Dit soort onzekerheden, wat rensters kunnen ervaren als perspectiefloos, doen een groot beroep op hun mentale belastbaarheid. Dit speelt een grote rol in de opbouw naar de herstart van het nieuwe seizoen.

Alternatieven

Momenteel ligt er enkel een World Tour kalender, geschikt voor de grote ploegen van de wereld en vooral geschikt voor grote pelotons. Om tot wedstrijdfitheid te komen voor deze evenementen liggen al eerder kansen voor kleinere evenementen. Tijdritten en ploegentijdritten, en in een later stadium trainingskoersen en criteriums, kunnen een overgang bieden naar de grotere koers. Hier ligt een belangrijke uitdaging voor de periode tot eind augustus voor zowel de UCI, de KNWU en de ploegen zelf. De geleidelijke re-integratie van de koers kunnen we met zijn allen oppakken, maar de nationale bond dient hier het voortouw in te nemen. Het door de KNWU samenstellen van een planmatige aanpak voor de korte en langere termijn en het daarmee in gesprek gaan met de nationale overheid is de voorwaarde voor een goede gefaseerde re-integratie.

Reactie Esra Tromp – vicevoorzitter UNIO (vakbond wielerploegen): “Met UNIO hebben we virtueel aan tafel mogen aanschuiven om met de UCI en met de renstersvakbond CPA een nieuwe kalender samen te stellen. Wij denken dat het erg belangrijk is dat er weer perspectief is voor de rensters en de teams. Voor deze crisis is geen draaiboek en we kunnen ook niet zeggen hoe we over er 3 maanden voor staan in de wereld, we moeten hier echt creatief mee omgaan. Het belangrijkste is dat er nu een goed wedstrijdschema ligt. Bij het samenstellen hebben we ook

gekeken waar wedstrijden gebundeld konden worden, om het aantal reisbewegingen te beperken. Ook is er de mogelijkheid voor de organisatoren minder rensters (5 in plaats van 6) in een team en meer teams toe te laten, zodat meer wielerteams een wedstrijd programma krijgen. Voor het definitief doorgaan van de wedstrijden zijn we afhankelijk van de (lokale) overheden en vooral ook van de ontwikkeling van het virus en de pandemie in komende maanden. “

Ook met de doorkijk naar 2021 is Esra Tromp gematigd optimistisch: “We kunnen niet ontkennen dat we in een uitermate moeilijke tijd zitten, maar met UNIO willen we ook graag naar de kansen kijken die deze periode biedt. Het is duidelijk waar de problemen voor de teams, organisatoren en rensters liggen, maar in deze crisis moeten creatief nadenken en zo zullen er zeker ook kansen ontstaan.”

Source

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.